Interpellatiedebat toekomst Haaren

Door de korte termijn tussen het verschijnen van het rapport en het moment van het interpellatiedebat, voelde de gemeenteraad niet direct de behoefte om alle details uit het rapport met elkaar te bediscussiëren. Dat volgt ongetwijfeld later. De gemeenteraad vond het wel noodzakelijk om te reageren op de uitnodiging van Gedeputeerde Staten om kort na de burgerpeiling met hen in gesprek te treden. Op initiatief van de VVD Haaren dienden met ons CDA, LLH en Samenwerking '95 een motie in waarmee besloten is dat de gemeenteraad eerst, zoals besloten in juli van dit jaar, in alle openheid met elkaar de uitkomst van de burgerpeiling wil bespreken en daarbij de relevante stukken wil betrekken voordat we besluiten wel of niet met Gedeputeerde Staten in gesprek te gaan. Zo hebben we het afgesproken en dat is dan ook de lijn die we willen blijven volgen. Hieronder vindt u de spreektekst van fractievoorzitter Boy Scholtze.

"Dank u wel voorzitter en dank ook aan de raad dat mijn verzoek tot het houden van een interpellatiedebat is gehonoreerd. Dan nu de vraag: waarom? Op de sociale media kwam immers al voorbij, en ik citeer nu een oud-wethouder van deze gemeente overigens, dat ‘dat ene raadslid van de VVD nu ineens wel heel erg veel haast heeft’. Zo zie je maar weer, dat men niet te snel moet concluderen zonder het daadwerkelijke verhaal te kennen. Hoewel, zijn opmerking is in het licht van onze onafhankelijke regionale krant geheel te begrijpen, aangezien uit de analyse die vanochtend in het Brabants Dagblad stond (in Biezenmortel althans, het zou kunnen dat hier in Haaren de analyse al drie dagen geleden is verschenen), het schip al bijna is gezonken. In dat artikel wordt voorts een bak ellende en beschuldigingen opengetrokken waar je u tegen zegt, waarbij de krant zelf ook nog iets over een ‘tone of voice’ durft te schrijven. Maar dat geheel terzijde.

Voorzitter, het zal ook u niet ontgaan zijn dat niet geheel onverwacht en uitgerekend een aantal dagen voor de burgerpeiling van woensdag a.s., de provincie Noord-Brabant het definitieve rapport Bestuurskrachtmeting gemeente Haaren naar buiten heeft gebracht. Ik zou daar heel wat van kunnen vinden, zowel positief als negatief. Zoals ik dat ook van het proces zou kunnen vinden. Wederom zowel positief, hoewel ik daar toch eerder wat negatief over ben. Het zal er ongetwijfeld mee te maken hebben dat voor mijn gevoel drastisch werd afgeweken van het gepresenteerde plan van aanpak, dat ik weken ben bezig geweest om het verslag van het gesprek met mijzelf ter inzage te krijgen en dit uiteindelijk, maar niet van harte, per post kreeg toegestuurd, de indruk die het onderzoeksbureau leek te wekken dat zij het zelf ook allemaal nogal krap en niet heel uitgebreid vonden en het feit dat de spiegelsessie met de gemeenteraad werd gepland op een moment dat het voor mij praktisch gezien buitengewoon onmogelijk was deze bij te wonen. De reactie daarop in een notendop: “jammer dan, dat is je enige feedback moment’. Maar goed, het zal wel wetenschappelijk onderzoek 2.0 met een Provinciaal Brabants sausje zijn ofzo. Oh ja, daar mocht ik natuurlijk niet te veel, laat staan publiekelijk over praten.

Het zou nu, voorzitter, buitengewoon interessant zijn om het rapport van boven tot onder te analyseren en te kijken of de conclusie klopt met de inhoud, of er valide argumenten gebruikt worden en of er daadwerkelijk objectief door middel van hoor en wederhoor naar het eindproduct is toegewerkt. Ik zeg altijd maar zo: veritas incognita, ergo dubito. De waarheid is onbekend, dus ik twijfel. Maar goed, in zo een korte tijdspannen is het zelfs, of beter gezegd juist ‘voor dat ene raadslid van de VVD’, die, voor die twitteraars die het nog niet doorhadden ook een leven buiten de Haarense politiek heeft, een haast onbegonnen karwei. In ieder geval ben ik blij te zien dat er, in tegenstelling tot wat de belangengroep en een enkele politieke partij in deze raad steeds en in meer extremere vorm suggereren, wel degelijk en vooral positieve zaken geconstateerd zijn. Zaken die voor onze inwoners buitengewoon belangrijk zijn: we zijn niet armlastig, we voeren onze taken goed uit en de inwoners weten ons makkelijk te bereiken en hebben het vertrouwen dat er ook daadwerkelijk in hun belang wordt gewerkt. Is dat niet wat de gewone man, vrouw en alles daar tussenin als bestuurskracht zou definiëren? En ja, er zijn ook verbeterpunten. Maar laten we eerlijk zijn; daar is het openbaar bestuur voor uitgevonden: initiëren, verbeteren, uitvoeren, controleren. Desalniettemin, ik kan mij goed voorstellen dat net als ikzelf niet iedereen alles tot op de bodem heeft kunnen doornemen. Het schiet daarom ook niet zo heel veel op om nu een halfbakken debat te voeren met elkaar, te meer omdat de opdrachtgever noch de uitvoerder van het onderzoek hier aanwezig is. Daarbij is de vraag of het überhaupt nuttig is om over dit rapport an sich te spreken. Immers, het rapport is opgesteld in opdracht van de provincie (voor de duidelijkheid: ons is niet gevraagd of we mede-opdrachtgever wilden zijn zoals ook al is gesuggereerd op het vrije web). We hoeven hier strikt bestuurlijk genomen dus ook niets mee, behalve dan dat we er ongetwijfeld iets van zullen vinden, het mee zullen nemen in onze afwegingen en nu ter kennisgeving aan kunnen nemen. Dat laatste heb ik dan ook absoluut gedaan.

Wat mij wel intrigeert voorzitter, is de begeleidende brief die het College van Gedeputeerde Staten ons met het rapport heeft toegestuurd. Er worden wat bestuurlijke plagerijtjes opgehaald en de nodige verdraaiingen van feiten opgeschreven, maar goed. Uiteindelijk is het ook niet aan de provincie Noord-Brabant om een en ander te interpreteren. Ik ben blij dat Gedeputeerde Staten concludeert dat het in Haaren goed gaat en er op basis van het onderzoek geen vervolgtraject gelegitimeerd kan worden, des te meer bevreemdt mij het hardnekkige standpunt (laat ik het zo maar formuleren) dat zij vervolgens inneemt. Politiek 2.0 met een Provinciaal Brabants sausje zullen we maar zeggen. En kort na de burgerpeiling wil de Gedeputeerde met ons in gesprek.

Voorzitter, waar het mij om gaat: in juli heeft uw gemeenteraad bijna unaniem besloten hoe ons traject de komende tijd gaat verlopen: komende woensdag 4 oktober wordt de burgerpeiling georganiseerd, waarbij ik hoop dat onze inwoners gebruik zullen maken van de mogelijkheid aan te geven waarnaar hun voorkeur uitgaat (of dat zij geen voorkeur hebben) aangezien hun mening wel degelijk van groot belang is. Vervolgens zal uw gemeenteraad de uitkomst van de burgerpeiling bespreken en daar ongetwijfeld ook gebruik maken van relevante, eerdere documenten (zoals dit rapport). Het lijkt mij dan ook verstandig dat op dat moment wordt besloten of wij ingaan op de uitnodiging van Gedeputeerde Staten om met hen in gesprek te gaan. Met andere woorden: wij moeten eerst binnen de gemeenteraad met elkaar van gedachten wisselen zoals wij hebben beloofd alvorens wij wellicht het gesprek met Gedeputeerde Spierings aan kunnen gaan. Zo heeft deze gemeenteraad het besloten, daaraan moeten wij ons ook houden. In het kader van open, transparant en goed democratisch gelegitimeerd bestuur is dat de enige juiste, te rechtvaardigen weg. Voor de duidelijkheid: dat is dus geen uitstel en geen gedraai. Dat is juist het eigen besluit respecteren en uitvoeren; jezelf niet van de wijs laten brengen. Niets meer, niets minder.

Voorzitter ter afronding: gelukkig ben ik niet de enige die dit standpunt is toebedeeld en daarom zal ik namens Samenwerking 95, CDA, LLH en mijn partij de VVD Haaren een motie indienen waarin dit wordt bekrachtigd, met het verzoek aan het College zich bij dit standpunt aan te sluiten en deze boodschap door te geleiden aan Gedeputeerde Staten.

Nog één ding: mijn landelijk partijleider zegt altijd dat je bij het gebruik van het woord ‘visie’ dringend naar de opticien moet gaan. Gelukkig zijn mijn ogen nog goed, net als de wederzijdse en steeds geuite verstandhouding met al onze buren. Laat ik dan ook maar naïef zijn en hopen dat er geen spreekwoordelijk mes in mijn rug wordt gestoken, want dat zou pas getuigen van bestuurlijk onvermogen. En daar wil ik niet in geloven in dit land."