1e termijn Begroting 2020

Kastor en Pollux, de tweelingzonen van Zeus en Leda, hielden zielsveel van elkaar en verrichtten samen menig heldendaad. Pollux was de worstelaar, Castor de paardenmenner. Samen met hun prachtige witte rossen van de hoogste kwaliteit, verschenen zij op menig Grieks en later ook Romeins strijdtoneel. Op een dag raakten zij in een bloedig gevecht verwikkeld met de neven van hun gestolen minnaressen. Kastor werd gedood. Pollux was intens verdrietig door het gemis van zijn tweelingbroer en smeekte zijn vader de Oppergod om hem weer tot leven te wekken. Hij bood zelfs aan zijn plaats in te nemen in het dodenrijk. Zeus besliste dat ze afwisselend de ene dag als goden op de Olympus zouden vertoeven en de volgende dag als stervelingen in de onderwereld. Tot op de dag van vandaag waken zij over ons. Het sterrenbeeld Tweelingen bevat twee heldere sterren, de ene licht vandaag meer op, de andere morgen. Kastor en Pollux, onafscheidelijk.

“Een kwart eeuw verder”. Een treffende titel voor de programmabegroting 2020. Een hele bijzondere begroting, want dit is de allerlaatste van de gemeente Haaren. En dat betekent dus ook dat dit de laatste Algemene Politieke Beschouwingen zijn die wij met elkaar voeren. Persoonlijk vind ik dat jammer, want voor mij als politiek dier is dit hét moment van het jaar. Niet alleen voor ons, maar ook voor de inwoners want vanavond bespreken we het te voeren beleid voor komend jaar. Het document dat voor ons ligt is sober, zoals de portefeuillehouder in het voorwoord aangeeft. Weinig nieuwe initiatieven en geen nieuw beleid. Niet gek, aangezien we richting de opsplitsing gaan. Toch kunnen we nog wat vinden. Niet alleen voor onze inwoners, voor ons College. Maar ook voor de omliggende gemeenten. Komend jaar rond deze tijd vinden de herindelingsverkiezingen plaats en zullen de meesten van uw huidige raadsleden druk in de weer zijn met verkiezingscampagnes. Een beetje extra input vanuit liberale hoek is daarbij nooit weg natuurlijk. 2020 zal dus voor velen niet alleen toewerken naar het einde zijn, maar ook toewerken naar een nieuw begin.

Ook gij, Brutus!

Ik zeg bewust ‘de meesten’. Zoals u weet wordt Biezenmortel middels een grenscorrectie bij de gemeente Tilburg gevoegd en daarbij zijn herindelingsverkiezingen niet aan de orde. De VVD Haaren heeft in het recente verleden meerdere bezwaren en zorgen geuit bij dit proces, maar uiteindelijk hebben wij hier bij de vaststelling van het herindelingsadvies toch mee ingestemd. Dit deden wij te meer omdat de inwoners van Biezenmortel weinig tot geen bezwaar tegen deze procedure hadden en ons de garantie werd gegeven dat het dorp niet op slot zou gaan. De befaamde en beruchte ‘10%-regel’ had weinig met het dorp zelf te maken, maar meer met de groei van de andere drie dorpen. Of ik dat altijd geloofd heb, mag u zelf invullen. Nu tijdens het Raadsplein echter, leek mijn grootste vrees toch bewaarheid te worden. Tijdens een beantwoording over het behandelen van principeverzoeken, op een voor mij totaal onverwacht en irrelevant moment, zei wethouder Van Hal terloops (ik citeer): “bij Biezenmortel zitten we natuurlijk ook met het inwoneraantal.” Na expliciet doorvragen gaf de wethouder aan dat hij hiermee wel degelijk doelde op de 10%. Met andere woorden: voor Biezenmortel is bouwen nu wel lastig, want dan zou die 10% en dus de grenscorrectie wel eens problematisch kunnen zijn. Geen verrassing, wel een ontboezeming. Voorzitter het gaat mij hier nu even niet om de grenscorrectie an sich en nog minder om de genomen besluiten in het verleden. Waar het mij om gaat, is de uitspraak van de wethouder in het perspectief bezien van eerdere informatie. Wellicht heb ik de wethouder verkeerd begrepen, dat zou kunnen. Maar in het geval dat de wethouder zijn Slip of the Tongue wel degelijk zo heeft bedoeld zoals ik ‘m nu uitleg, hebben we een serieuze discussie die we met elkaar moeten bespreken. De gemeenteraad, en daarmee de inwoners, zijn dan eerder verkeerd geïnformeerd. “Ook gij, Brutus!”, zou ik willen zeggen.

Pecunia non Olet

Voordat u nu denkt dat ik van plan ben met gestrekt been in dit debat te vliegen, ik kan u gerust stellen. Hetgeen ik zojuist geschetst heb is een persoonlijke noot die ik naar aanleiding van het Raadsplein graag in heb willen brengen. Ik zal mij in het vervolg van mijn betoog richten op een drietal onderwerpen. Niet dat de rest er niet toe doet, in tegendeel. Maar een aantal zaken zijn reeds aangestipt en veel van de programmabegroting is gericht op het continueren, afronden en overdragen van hetgeen we al doen.

De VVD zou de VVD echter niet zijn, als we de lokale lasten niet ter sprake zouden brengen. Ieder jaar is het weer een box van Pandora die we openen en het zal inmiddels geen verrassing zijn dat de geldbuidel sinds de laatste maanden vol spinnenwebben begint te geraken. Eerder dit jaar hebben wij ons hard gemaakt om een explosieve stijging van met name de afvalstoffenheffing te voorkomen. De voltallige gemeenteraad steunde destijds onze motie. Nu zal de wethouder ongetwijfeld uitleggen dat hij hier wel degelijk naar heeft geluisterd. Immers, de heffingen stijgen minder dan eigenlijk de bedoeling was. Maar dan nog; een stijging van meer dan 15 procent noem ik niet mals. Wij blijven op het standpunt staan dat het niet zo kan zijn, dat onze inwoners gestraft worden voor een betere afvalscheiding. Ook gaat het er bij ons niet in dat, na jaren van daling, nu wordt aangegeven: we zitten weer op het niveau van 2011, maar het serviceniveau is wel gestegen. Hoe, wat waar dan? Het totale plaatje voor de lokale lasten ziet er dan ook niet erg fijn uit, ondanks dat het leuk wordt gebracht in de krant van vandaag. Dit jaar een stijging van zo’n 3%, komend jaar vooralsnog een stijging van zo’n 4%. Tel daarbij op dat men in het voorjaar een dubbele aanslag op de mat krijgt et voilà. Wij voorzien niet alleen stortvloed aan onbegrip en telefoontjes, maar ook problemen. “We kunnen niet anders” zal het voorwendsel zijn, maar “we willen niet anders” de waarheid volgens ons. Wellicht dat we alsnog een oplossing hebben voor een incidentele compensatie, maar daar kom ik later op terug voorzitter.

Alea iacte Est

2019 was volgens onze analyse het jaar waarin we de dorpen langzaamaan overgedragen hebben aan de ontvangende gemeenten. Uiteraard is dat nog niet geheel klaar, maar stukje bij beetje raken Tilburg, Oisterwijk, Boxtel en Vught meer bekend met Haarense dossiers. Dat is goed, want we willen natuurlijk niet dat grote, langlopende dossiers zoals Haarendael, De Noenes, het Spechtbos cum suis of onze woningbouwprojecten stil komen te liggen. Stuk voor stuk veelal schoolvoorbeelden van een werkende participatiedemocratie als u het mij vraagt. De drie grote projecten Den Domp, De Vorselaer en Willibrordusschool staan nog steeds hoog op ons verlanglijstje en wij vinden dan ook dat hier vaart achter moet worden gezet. Alea Iacta Est, maar neergekomen is ‘ie nog steeds niet. Infrastructurele projecten zullen hun doorgang moeten vinden, ook al hebben we hier te maken met externe factoren die ons het leven zuur maken. Het klinkt haast saai, want deze zaken keren jaarlijks terug helaas. Maar soms moet een gevecht nu eenmaal vaker worden geleverd om te overwinnen.

2020 daarentegen moet voor ons het jaar worden waarin onze inwoners weer betrokken worden bij, en geïnformeerd worden over de naderende opsplitsing. Van de focus op het proces, de focus weer bij de mens leggen. We willen voorkomen dat sociale voorzieningen in december moeten worden ingeleverd, terwijl nieuwe in januari pas aangevraagd zouden kunnen worden. Komt de brandweer gewoon als we op 1-1-2021 om 0.01u onverhoopt moeten bellen? Wat doen we met de containers. Wat nu, als ik in de laatste week van december alsnog een paspoort moet aanvragen of een kind wil aangeven op 2 januari? Vragen die misschien wat absurd klinken, maar wel beginnen te leven onder onze inwoners. Hetzelfde geldt voor onze verenigingen, want hoe gaat dat nu straks met evenementen in 2021, waarvoor de vergunning al in 2020 moet worden aangevraagd. En exploitatievergunning van ondernemers, gevolgen van het niet meer hebben van koopzondagen et cetera baren deze groep zorgen. Een aantal voorbeelden, waarvan er nog -tig meer te geven zijn., waarover men nog in het duister tast Communicatie zal hierbij het sleutelwoord zijn, tijdig het tijdspad. Nu zult u misschien zeggen voorzitter: dat betreft uitvoering en dat is niet de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Ik kan u daarin grotendeels ondersteunen. Echter, ik vul de uitvoering ook niet in. Ik denk zelfs, dat dit voor een groot deel niet aan onze gemeente, maar aan de ontvangende gemeenten is. Voor ons is het wel van belang, dát het gebeurt. We hebben fantastische communicatiemedewerkers en een vakinhoudelijk sterk ambtelijk apparaat, ik hoop dat zij ook de ruimte krijgen om dit mee op te pakken samen met de ontvangende gemeenten.

Vierkeizerjaar

Dat brengt mij tevens bij mijn laatste punt, ik had u er drie beloofd. Een punt om met handschoentjes aan te pakken voorzitter, want ongetwijfeld gaat dit verkeerd worden opgevat. Niemand hier zal kunnen ontkennen dat de opsplitsing van de gemeente Haaren met rasse schreden naderbij komt. Daarnaast zal niemand hier kunnen ontkennen dat het hele traject ontzettend veel energie en mankracht heeft gevergd. Ook zal niemand kunnen ontkennen, dat de besluitbevoegdheid van de gemeente Haaren, het perspectief en de mogelijkheden steeds beperkter worden. De voorliggende begroting is hiervan wellicht het beste voorbeeld. De koek is bijna op, de klokt tikt steeds verder weg en de portemonnee raakt steeds verder leeg. Ieder heeft zijn wensen, maar niet ieders wens is hetzelfde. In de situatie waarin onze gemeente zich nu bevindt, moeten we meer dan ooit wel reëel zijn. Daarover is denk ik iedereen het eens. Dan rijst al snel de vraag, althans bij ons, hoe reëel het is om zeker dit laatste jaar, met alles wat ik zojuist heb gezegd in ogenschouw nemende, om een maximale invulling van de wethouderscapaciteit te blijven houden. Het gaat ons absoluut niet om de vier personen, absoluut niet. Dat wil ik hier heel duidelijk gezegd hebben. Het gaat ons wel om een basisprincipe. Met verbazing hebben wij überhaupt al gekeken naar het besluit destijds om voor de maximale bezetting te kiezen die wettelijk is toegestaan voor een gemeente van onze grootte. Maar zeker in deze laatste fase waarin de bestuurlijke besluitvorming over opsplitsing achter de rug is en we steeds meer over gaan dragen, vinden wij de kosten écht niet meer opwegen tegen de baten. Deze situatie vinden wij niet meer uit te leggen en niet aansluiten bij het Algemeen Belang. Daarom voorzitter, zullen wij een motie indienen waarin wij het college oproepen om het aantal Fte voor de wethouders terug te brengen van 3,3 naar 2. Dat brengt natuurlijk een besparing met zich mee, en nu komt tevens de clou die ik u eerder beloofde aangaande de incidentele dekking van de stijging van de afvalstoffenheffing. U kunt ‘m ongetwijfeld zelf invullen en ook hier dienen wij een motie voor in. Want we vinden wel, dat we deze baten dan terug moeten laten komen bij onze inwoners uiteraard.

Onze drie bespreekpunten resumerend, betreft het dus de lokale lasten, de herindeling en de wethoudersbezetting.

Seneca’s nageslacht

Voorzitter, wellicht heeft u gemerkt dat er verschillende uitspraken van Klassieke bestuurders, schrijvers en filosofen in mijn betoog de revue hebben gepaseerd. Catullus, Cicero, Seneca, Persius, Caesar en Virgilius kwamen voorbij. Een knipoog naar onze wethouder financiën, die mij laatst influisterde net als ik een stiekeme passie voor de klassieke oudheid te koesteren. En de begroting is per slot van rekening toch ook een beetje een feestje van hem en de ambtelijke ondersteuning wat ik hen van harte wil gunnen.

Met een schuin oog op de klok, denk ik wel even aan wat Ovidius ooit schreef: “steek van wal en gij zult vanzelf welsprekend zijn.” Daar heb ik nu ook altijd last van, mijn excuses. Maar ja, 15 minuten zijn 15 minuten.

Ik opende mijn betoog met de mythe van de Gemini of Dioskuren. Kastor en Pollux. Misschien niet geheel toevallig mijn favoriete mythologische helden die nog steeds fier waken en zichtbaar zijn in de stad Rome en aan de hemel: mijn sterrenbeeld is immers Tweelingen. De diepere laag van hun mythe vind ik prachtig. Twee mooie, jongemannen wiens onafscheidelijkheid hen veel heeft gebracht, maar ook veel heeft gekost. Door samen te werken bereikten zij een ogenschijnlijk onaantastbare status. Na een ultieme strijd, blijkt dat ze alleen niets waard zijn. Door de grote oppergod wordt hen toch een toekomst geschonken. Niet meer op de voorgrond, maar op de achtergrond. Wakend over de wereld. Ik zie een overeenkomst met onze gemeente: slechts een kwart eeuw samen, en nu worden onze dorpen straks onder de hoede van de grotere buurgemeenten genomen. Samen hebben onze vier dorpen, onze scholen, verenigingen, adviesraden, ondernemers, agrariërs, instellingen en inwoners veel bereikt. Ook al bestaat de eenheid dadelijk niet meer, ik hoop oprecht dat de nalatenschap van een kwart eeuw Haaren niet verloren gaat. Daar kunnen wij nog een jaar keihard aan werken, om dat ook bij de ontvangende gemeenten duidelijk te krijgen. Want zoals Seneca schreef: hij die geleefd heeft, leeft voort tot in het verre nageslacht.